Correspondentieadres?

Alleen als u dat expliciet aangeeft!

Soms komt het voor dat een belastingplichtige een ander correspondentieadres gebruikt dan het vestigingsadres. Dit gebeurt vaak bij vennootschappen. Ook komt het voor dat de fiscus belangrijke post juist niet naar het correspondentieadres verstuurt maar juist naar het vestigingsadres van de belastingplichtige.

Bij mededelingen aan de belastingplichtige is het niet direct rampzalig als de post naar het vestigingsadres wordt gestuurd in plaats van naar het correspondentieadres. Het kan echter voorkomen dat belangrijke post als (naheffings)aanslagen naar het vestigingsadres worden gestuurd. Als daar niet binnen een bepaalde termijn op wordt gereageerd, kunnen de gevolgen bijzonder vervelend zijn bijvoorbeeld wanneer een bezwaartermijn dreigt te verlopen.

Mag de inspecteur een correspondentieadres negeren?

De vraag rijst of de inspecteur een correspondentieadres mag negeren en (belangrijke) poststukken naar het bij de fiscus bekende vestigingsadres van belastingplichtige mag versturen. Volgens de Rechtbank Gelderland is dat inderdaad het geval.

De Rechtbank heeft onlangs uitspraak gedaan in een zaak waarin de belastingplichtige niet op tijd bezwaar had ingesteld tegen een naheffingsaanslag inclusief boete voor de omzetbelasting. Het bezwaar kan in een dergelijk geval alsnog in behandeling worden genomen indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat de termijnoverschrijding niet aan hem is toe te rekenen. In deze casus had de inspecteur de naheffingsaanslag naar het vestigingsadres van de belastingplichtige gestuurd terwijl een afwijkend correspondentieadres wel bekend was bij de fiscus.

De belastingplichtige stelde dat de aanslag hem niet had bereikt omdat de inspecteur de aanslag naar het vestigingsadres had gestuurd. Het verweer van de inspecteur was dat dergelijke aanslagen naar het adres met de hoogste prioriteit worden gestuurd en dat is het vestigingsadres. Dat geldt ook indien dat adres, zoals in deze casus het geval was, een opslagloods zonder brievenbus is.

De Rechtbank stelde de inspecteur in het gelijk omdat de belastingplichtige kennelijk nooit expliciet had aangegeven dat uitsluitend het correspondentieadres diende te worden gebruikt door de fiscus.

Hieruit volgt dat iets dat wellicht vanzelfsprekend lijkt, namelijk dat het correspondentieadres niet voor niets is aangegeven, toch anders uit kan pakken. Wellicht dat het anders was gelopen als de belastingplichtige bij het doorgeven van een afwijkend correspondentieadres aan de fiscus expliciet had vermeld dat dit ook het adres met de hoogste prioriteit was en niet het vestigingsadres. U bent dus gewaarschuwd.

Uitspraak Rechtbank

13 mei 2015
Auteur Niek Pilgram

Terug